

Op 21 maart 1837, dus minder dan 6 jaar na zijn troonsbestijging, koopt Leopold I van de heer Orban, hoofdingenieur van Bruggen
en Wegen, wat men toen "het grondgebied van Hardenne en Férage" noemde, 708 hectare groot. De streek was arm, de droge en
koude grond bracht slechts armzalige haver- en aardappeloogsten op; de landbouw- en veeteeltmethoden waren voorbijgestreefd en
er heerste grote armoede.
In zijn interessante werk over de Ardennen, uitgegeven in 1854, vertelt Victor Joly hoe Leopold I geduldig,
koppig, en met veel wilskracht deze armoedige streek in gunstige zin wist te veranderen. Tussen 1837 en 1865 deed Z.M. Koning
Leopold I niet minder dan 520 vastgoedverrichtingen om het domein
Ardenne samen te stellen.
Leopold II had, via erfenis van zijn vader en in onverdeeldheid met zijn zus, keizerin Charlotte, ook het bezit verworven van het domein Ardenne, met een oppervlakte van 4 135 hectare en waarop zich verschillende kastelen en hoeven bevonden en ca. 2.000 hectare bos. De erfenis omvatte verder ook nog 307 hectare bos in Tervuren. De belangstelling van Leopold II, net zoals die van zijn vader, zal vooral uitgaan naar het domein van Ardenne.
Het dorp HOUYET
Houyet blijkt het oudste dorp van de streek te zijn. Volgens de archieven bestonden er in de IIe eeuw al oude geschriften die verwezen naar de bouw van de eerste kerk onder de kerk van Saint-Materne.
![]() |
1906 - Oude huizen in Houyet. |
In 1837 koopt Leopold I een deel van het huidige domein Ardenne, op de heuvel waar hij twee torentjes laat toevoegen aan het bestaande jachtpaviljoen. Op zijn verzoek worden omstreeks 1843, langs de weg Dinant-Neufchâteau, een rijkswachtkazerne (tegenover de koninklijke hoeve van Sanzinne) en een postkantoor (grenzend aan de hoeve) gebouwd. De rijkswacht verhuisde naar Houyet in 1909, na de dood van koning Leopold II. Het postkantoor werd in 1919 naar Houyet overgebracht op de plaats waar het zich nu nog steeds bevindt en dat toen een woning was. De Post werd pas in 1924 eigenaar van dit gebouw.
In 1843 liet Leopold I de Rotstoren bouwen. In 1851 woonde hij de inwijding bij van de huidige kerk, samen met koningin Louiza-Maria.
Hij schonk Houyet de naam van Koninklijke Parochie en de bruidssluier van koningin Louiza-Maria, die nog steeds bij elke grote feestelijkheid wordt tentoongesteld in de kerk, tot het einde van de hoogmis. Hij beloofde elke Eerste Communicant ook een geschenk van
20 fr., een traditie die nog steeds in ere wordt gehouden.
![]() |
Het station van Houyet en de rue de la Station vanaf de top van het "pad van de caddies", een plaats die het "panorama" werd genoemd en tegenwoordig volledig verstopt is achter struikgewas. |
(Uittreksel uit "Houyet, Ardenne et environs"
van V. Barthélemy, Ed. TCB - 1927)
[...]
- Bevolking: 1 093 inwoners
- Oppervlakte: 1 490 hectare
- Kanton Beauraing
- Station: Houyet (lijn 150 en 166). Bus Dinant-Houyet.
- Ethymologie: Houyet (of klein Hoei) is een diminutief van Huy-les-Oniaz (Hulsoniaux).
Het is een bijzonder schilderachtig dorp, met een
klei- en leisteenbodem, gelegen aan de Lesse en enkele beken: de Hilau (beek of water van Hoei), de Ywoigne, de Dary en de Vesly. De
dorpskern bevindt zich in de vallei van de Lesse en de Hilau. Hij wordt doorkruist door de weg van Houyet naar Givet, die via duizelingwekkende
bochten langs vijvers en terrassen op het plateau van Ardenne aansluit bij de weg Dinant - Neufchâteau. De enige lokale
industrie is de messenfabricage.
Maar Houyet is een ideaal vakantieoord, met heel wat hotels van elke klasse, vanaf het bescheiden familiepension tot het wereldbekende
luxehotel. Men kan er in de hele streek prachtige wandelingen maken, mede door de drie spoorweglijnen richting Dinant, Beauraing en Rochefort.
Er is een nieuwe buurt ontstaan in de omgevig van het station. Het oude, zeer schilderachtige Houyet, met zijn lemen huizen, bevindt zich aan gene zijde van de kerk, langs de Hilau.
De kerk van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart is de derde die op dezelfde plaats werd
gebouwd. De eerste zou gebouwd geweest zijn door de heilige Materne, in het begin van het christendom, de tweede omstreeks
1 500. Die van vandaag, waarvan de drempel zich op 130 meter hoogte bevindt, is een alledaags gebouw dat in 1851 werd opgetrokken
door Leopold I, die de eerste steen legde, in ruil voor een deel van de gemeentelijke bossen ten behoeve van het Koninklijk
Domein. De Koning betaalde de kerkfabriek 300 frank voor de twee eeuwenoude, prachtige lindebomen voor het heiligdom. [...]